Top

Advertentie

0
0,00 EUR

Samenvatting van de belangrijkste golfregels

Deze samenvatting van de belangrijkste golfregels is een vrije weergave van de ‘Quick Guide to the Rules of Golf’ en omvat niet alle regels en uitzonderingen op regels. U kunt de online startersgids gebruiken voor een meer uitgebreide referentie.

Algemene tips

Etiquette

Een groot deel van het golfspel bestaat uit de juiste 'spirit of game' die bestaan uit de etiquette ofwel gedragsregels. De etiquette zijn geen spelregels en er zit geen straf op de overtreding ervan. Desondanks zijn ze enorm belangrijk, omdat golf geen scheidsrechter kent en uitgaat van de integriteit van de golfer. Speciale aandacht moet gegeven worden aan de volgende etiquette:

  1. houd rekening met andere spelers,
  2. zorg voor een vlot speeltempo en laat snellere golfers achter u voor zodra er ruimte,
  3. zorg voor de golfbaan door de bunkers aan te harken, divots terug te leggen en pitchmarks op de green te repareren.

Voordat u een ronde golf start

Het is raadzaam om voordat u een ronde met golf start:

  1. de locale regels van de golfbaan in te zien,
  2. uw golfbal te merken zodat u deze makkelijker herkent wanneer iemand met hetzelfde merk golfbal speelt,
  3. het aantal golfclubs in uw golftas te tellen, omdat u niet meer dan 14 golfclubs mag meenemen (regel 4.1b).

Tijdens een ronde golf

Tijdens een ronde golf:

  1. is het niet toegestaan advies te krijgen of te geven van/aan andere behalve uw partner of caddie; informatie over golfregels, afstanden op de golfbaan en de positie van bunkers, vlaggen, etc is wel toegestaan (regel 10.2),
  2. is het niet toegestaan oefenballen te slaan tijdens een hole (5.5), maar chips en putts op de green van de vorige hole maken mag wel,
  3. is het niet toegestaan om bijzondere apparatuur te gebruiken tenzij specifiek toegestaan volgens de golfregels (regel 4.3).

Speel ready golf

Zorg er altijd voor dat u met voldoende tempo de ronde golf speelt. 'Ready golf' zorgt voor een goede doorstroming op de golfbaan en weinig hinder van elkaar. U moet er zelf voor zorgen dat u niet te ver achterop raakt op uw voorgaande flight. Als er meer dan een hole ruimte zit tussen uw groep de de groep voor u en de flight achter u heeft hinder van uw langzamere spel, laat deze groep achter u dan voorgaan, ongeacht het aantal spelers in deze groep. Het doorlaten van een groep achter u kan ook al op een eerder moment plaatsvinden als blijkt dat zij beduidend sneller spelen.

Ready golf betekent dat u klaarstaat om te spelen wanneer het uw beurt is. Dat betekent dat u alvast naar uw eigen golfbal loopt en bedenkt hoe u uw volgende slag gaat maken terwijl de andere(n) spelen. Aangekomen op de green is het handig om de golftas alsvast op een plek te zetten richting de volgende hole. Na het voltooien van een hole dient u de green spoedig te verlaten en daarna pas de scores te noteren.

Bij een verloren bal buiten een waterhindernis of in het gebied buiten-de-baan doet u er verstandig aan om alvast een provisionele bal te spelen. Geef een signaal aan de groep achter u om door te lopen als blijkt dat de golfbal niet snel gevonden lijkt te worden. Hierdoor houdt u de groep achter u niet te lang op.

Aan het einde van de ronde

Aan het einde van de ronde golf:

  1. bij strokeplay; zorg dat de scorekaart volledig is ingevuld (inclusief handtekening van u en uw marker) en lever de scorekaart zo snel mogelijk in bij de wedstrijdcommissie (regel 6-6),
  2. bij matchplay; zorg dat de uitslag wordt doorgegeven.

Hoe vul je een qualifying scorekaart goed in tijdens het golfen?

De belangrijkste golfregels

Afslag vanuit afslagplaats (regel 6)

De afslagplaats is de startplaats van de te spelen hole. Het is een rechthoekige strook, twee stoklengten diep, waarvan de voorkant en de zijkanten worden bepaald door de buitenzijden van twee teemerken. Een golfbal is buiten de afslagplaats wanneer deze er geheel buiten ligt. Als u buiten dit gebied afslaat:

  1. strokeplay: u krijgt twee strafslagen en u moet de fout herstellen door alsnog vanaf de juiste positie af te slaan. Corrigeert u de fout niet? Dan wordt u gediskwalificeerd.
  2. matchplay: er is geen straf, maar uw tegenstander mag eisen dat u de afslag opnieuw doet, mits dit direct wordt gevraagd. In dit geval telt de eerdere afslag niet.

Wanneer is een golfbal vanuit de afslagplaats gespeeld?

Bal spelen (regels 6, 7, 8, 9, 11 en 12)

Als u denkt dat een golfbal van u is, maar u kunt dit niet meteen correct identificeren, dan mag de positie van de golfbal markeren en de golfbal oppakken en schoonmaken zo ver het mogelijk is om de bal te kunnen identificeren. U hoeft het opnemen van de bal niet te melden. Als de golfbal niet van uzelf blijkt te zijn, plaatst u de bal terug op de oorspronkelijke plek.

Speel de golfbal zoals deze ligt. U mag de condities die uw slag beïnvloeden niet verbeteren door:

  1. elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de golfbaan, out-of-bounds markering of de teemarker (als u vanuit de afslagplaats speelt) te verplaatsen, bewegen of breken, of
  2. een los natuurlijk voorwerp of een los obstakel opzij te bewegen om een stand in te nemen, of
  3. het oppervlak van de grond te wijzigen, of
  4. zand of losse aarde neer te drukken of te verwijderen, of
  5. dauw, rijp of water te verwijderen.

Als uw bal in een bunker of in een hindernisligt, mag u:

  1. de grond of het water aanraken zonder hierbij de condities te testen of te verbeteren,
  2. losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels verplaatsen.

Als u de verkeerde golfbal speelt

  1. strokeplay: u krijgt twee strafslagen en u moet de fout herstellen door de juiste bal te spelen (regel 6.3c),
  2. matchplay: u verliest de hole.

Op de green (regel 13)

Op de green mag u:

  1. uw bal markeren, opnemen en schoonmaken (plaats hem altijd op precies dezelfde plek terug),
  2. schades zoals pitchmarks, oude hole-pluggen en spikemarks repareren.

Wanneer u een slag doet op de green mag u ervoor kiezen om de vlaggenstok in de hole te laten staan.

Stilliggende bal bewogen (regels 9 en 13)

In de volgende situaties moet u een strafslag optellen en de golfbal op de oorspronkelijke plaats terugleggen (zie de uitzonderingen onder regel 9.4):

  1. u beweegt uw bal, of
  2. u raakt de bal opzettelijk aan, of
  3. u neemt de bal op wanneer dit niet mag.

Bij het per ongeluk bewegen van de golfbal tijdens het zoeken naar de bal of wanneer de bal op de green ligt, krijgt u geen straf.

Als de golfbal wordt bewogen door een invloed van buitenaf of natuurkrachten, dan moet u de golfbal zonder straf op de oorspronkelijke plek plaatsen.

Er volgt geen straf als een golfbal op de green per ongeluk door de speler of een andere speler wordt bewogen. De bal moet teruggeplaatst worden op de oorspronkelijk plek of u markeert deze plek met een marker (regel 13.1d).

Als een golfbal op de green beweegt door natuurkrachten ligt het eraan of de bal als was opgenomen en teruggeplaatst of niet hoe u verder moet spelen (regel 13.1d).

  1. Bal is al opgenomen en teruggeplaatst: de bal moet teruggeplaatst worden op de oorspronkelijke plek.
  2. Bal is nog niet opgenomen en teruggeplaatst: u speelt de bal vanaf de nieuwe plek.

Bal in beweging van richting veranderd of gestopt (regel 11)

Als een golfbal in beweging per ongeluk uzelf, elke andere speler of persoon, uw caddie, uw uitrusting of een invloed van buitenaf raakt en van richting wordt veranderd, volgt er geen straf voor geen enkele speler.

Als beide golfballen op de green lagen voordat u een slag maakt en u raakt hierna met uw golfbal de golfbal van een andere speler, dan krijgt u de algemene straf van twee strafslagen in Strokeplay.

Opnemen, droppen en plaatsen van golfballen (regel 14)

Voordat u een golfbal, die moet worden teruggeplaatst, opneemt (bijv. wanneer u een golfbal opneemt op de green om deze schoon te maken), moet de positie van de golfbal gemarkeerd worden (regel 14-1).

Als u een bal moet opnemen om deze onder een regel terug te plaatsen op de oorspronkelijke plek, dan moet u de positie markeren. Bij het ontwijken volgens een regel is het markeren niet verplicht.

Het droppen van een golfbal moet vanaf kniehoogte en door de speler zelf uitgevoerd worden. Het droppen moet in een specifieke dropzone en bij het loslaten van de golfbal mag er geen effect aan de golfbal worden gegeven om de uiteindelijke ligging van de golfbal te beïnvloeden. De golfbal mag voordat deze de grond raakt de speler of zijn of haar uitrusting niet raken.

Het is belangrijk bij het droppen dat de kniehoogte wordt bepaald als de golfer rechtop staat, de kniehoogte verlagen door bijvoorbeeld te knielen mag niet. De golfbal moet in de dropzone worden gedropt, maar de speler mag binnen of buiten dit gebied staan tijdens het droppen.

Het correct droppen van een golfbal

Bij het droppen van een golfbal op de correcte wijze, moet deze tot stilstand komen in de dropzone. Zie onderstaande afbeelding.

Van links naar rechts zijn drie situaties getekend waarbij een golfbal gedropt wordt. De eerste situatieschets is een correct gedropte golfbal die in de dropzone tot stilstand komt. Het droppen is op een correcte wijze uitgevoerd. De tweede situatie geeft een drop weer die correct is uitgevoerd, maar de golfbal komt buiten de dropzone tot stilstand; de drop moet opnieuw uitgevoerd worden. De laatste situatie is een voorbeeld van een foute drop (bal komt buiten de dropzone neer op de grond) waarbij de golfbal uiteindelijk in de dropzone terechtkomt. De golfbal moet alsnog opnieuw gedropt worden.

Droppen vanaf kniehoogte in de juiste dropzone

U moet opnieuw op de juiste manier een golfbal droppen in de dropzone. Komt de golfbal weer tot stilstand buiten de dropzone, dan ontwijkt u een conditie op de volgende wijze:

  • U plaatst de golfbal op het punt waar de golfbal bij de tweede drop als eerste contact met de grond maakte,
  • Als de golfbal niet stil blijft liggen op deze plek, dan moet u de golfbal nogmaals op dezelfde plek proberen te plaatsen,
  • Als de golfbal na de tweede keer plaatsen niet blijft liggen, dan moet u een golfbal zo dicht mogelijk bij de originele plek plaatsen waar de golfbal stil blijft liggen. Zie regel 14.2e met de voorwaarden die hierbij gelden.

Bal helpt of hindert spel (regels 15)

Als u op redelijke wijze van mening bent dat een bal op de green iemand kan helpen (zoals een bal die als mogelijke stop kan fungeren vlakbij de hole), mag u de bal markeren en opnemen of als het een bal van iemand anders is, mag u de speler vragen de bal te markeren en op te nemen (regel 15.3a). In Strokeplay mag diegenen die de bal op moet nemen ook als eerste slaan.

Op alle andere plekken op de baan mag een speler de andere speler verzoeken de bal te markeren en op te nemen als deze in de weg ligt voor het spel van de speler. De golfbal mag niet schoongemaakt worden bij het opnemen (regel 15.3b). In Strokeplay mag diegenen die de bal op moet nemen ook als eerste slaan.

Het is niet toegestaan om af te spreken een golfbal te laten liggen als deze een andere speler helpt in het spel. Doet één van u een slag na deze afspraak, dan krijgen beide spelers de algemene straf.

Losse natuurlijke voorwerpen (regel 15.2a)

Losse natuurlijke voorwerpen mogen overal op de baan weggehaald worden. Als uw golfbal beweegt bij het weghalen van de voorwerpen, dan moet u de bal terugplaatsen zonder straf.

Losse obstakels (regel 15.2b)

Losse obstakels mogen overal op de baan weggehaald worden. Als uw golfbal beweegt bij het weghalen van de obstakels, dan moet u de bal terugplaatsen zonder straf.

Vaste obstakels en abnormale terreinomstandigheden (regel 16.1)

Zolang uw golfbal niet buiten de baan of in een hindernis ligt, mag u een abnormale baanomstandigheid zonder straf ontwijken wanneer:

  • uw golfbal een abnormale baanomstandigheid raakt of erin of erop ligt,
  • de abnormale baanomstandigheid bij het innemen van de stand en in het gebied van de voorgenomen swing in de weg zit,
  • op de green de abnormale baanomstandigheid op de speellijn ligt (dit mag op of naast de green zijn).

Bij het droppen zorgt u ervoor dat u gebruikmaakt van het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering. Zie hiervoor de onderstaande afbeelding. Op positie B1 ligt de golfbal in of op de abnormale baanomstandigheid en het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering is punt P1. Op positie B2 ligt de golfbal zo dat u als speler last heeft van de abnormale baanomstandigheid bij het innemen van de stand en het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering is hierbij P2.

Gaten, obstakels en tijdelijk water zonder straf ontwijken

Gaten, obstakels en tijdelijk water zonder straf ontwijken.

Hindernissen (regel 17)

Een hindernis bestaat uit water, woestijn, jungle, lava, rotsen en dergelijke en wordt aangegeven door middel van rode of gele paaltjes of lijnen op de grond.

Een golfbal in een hindernis mag u spelen vanuit de hindernis of u kiest ervoor om de hindernis met één strafslag te ontwijken. Mocht u uw golfbal niet kunnen vinden, dan moet het bekend of praktisch zeker zijn dat uw golfbal tot stilstand is gekomen in een hindernis. Een gele hindernis kunt u op twee manieren ontwijken.

  • Een golfbal spelen van de plaats waar de oorspronkelijke bal is gespeeld (een drop met bijtelling van één strafslag),
  • Een bal droppen in een rechte lijn naar achteren, met bijtelling van één strafslag.

Een gele hindernis ontwijken met een drop

Een rode hindernis kan ook zijwaarts ontweken worden.

Een gele hindernis ontwijken met een drop

Het droppen volgens de nieuwe regels

Bal verloren of buiten de baan; provisionele bal (regel 18)

Een golfbal is verloren als een speler de bal niet binnen drie minuten gevonden heeft.

Een golfbal is buiten de baan als de bal in zijn geheel buiten de grenzen van de baan ligt.

Wanneer is een bal buiten de baan?

Als uw bal verloren is buiten een waterhindernis of buiten de baan ligt, moet u met een strafslag een andere bal spelen van de plek waar u het laatst gespeeld heeft, dat heet ‘slag en afstand’.

Als u na uw slag denkt dat uw bal misschien verloren is buiten een waterhindernis of buiten de baan ligt, behoort u een provisionele bal te spelen. U moet kenbaar maken dat het een provisionele bal is voordat u een volgende slag maakt door letterlijk het woord 'provisioneel' te gebruiken.

Als u denkt dat uw golfbal in een hindernis is beland, kunt u geen provisionele bal spelen. Doet u dit wel, dan is uw golfbal in het spel onder de regel 'slag en afstand'.

Als uw oorspronkelijke bal op de baan wordt gevonden, moet u daarmee zonder straf doorspelen. De slag met de provisionele bal vervalt.

Als uw oorspronkelijke bal is verloren (anders dan in een waterhindernis) of buiten de baan ligt, dan moet u met de provisionele bal verder spelen met 1 strafslag. Uw provisionele bal komt ook in het spel met een strafslag als u deze bal dichterbij de hole speelt dan de geschatte positie van uw verloren bal.

In de onderstaande illustratie is te zien dat wanneer een speler de provisionele bal vanaf punt B slaat, deze dichter bij de hole ligt dan de originele bal. In dat geval komt de provisionele bal in het spel onder de regel 'slag en afstand' en krijgt u één strafslag.

Wanneer is een provisionele bal in het spel?

Onspeelbare bal (regel 19)

U kunt als speler alleen zelf een golfbal als onspeelbaar verklaren als deze overal op de baan ligt met uitzondering van een hindernis. Een hindernis kan alleen ontweken worden, ook als de bal volgens u onspeelbaar ligt.

In de onderstaande afbeelding zijn de drie mogelijkheden te vinden nadat u een golfbal onspeelbaar heeft verklaard in het algemene gebied en op de green. U krijgt één strafslag.

Een golfbal onspeelbaar verklaren in het algemene gebied en op de green

Optie 1 - slag en afstand

Een speler kan ervoor kiezen om de originele of een andere golfbal te spelen vanaf een dropzone met als referentiepunt de plek waar de vorige slag werd gemaakt (als deze plek onbekend is, dan moet deze plek zo goed mogelijk ingeschat worden). De dropzone mag één clublengte groot zijn vanaf het referentiepunt, mag niet dichter bij de hole liggen en moet op hetzelfde gebied op de baan liggen als het referentiepunt.

Optie 2: back-on-the-line

Een speler kan ervoor kiezen om de originele of een andere golfbal te droppen in een dropzone die op een lijn naar achteren ligt en vanaf de hole door de plek waar de bal onspeelbaar werd verklaard loopt. De speler heeft de vrijheid om zo ver naar achteren te gaan zoals hij of zij wilt, de grootte van de dropzone is één clublengte vanaf het referentiepunt, de dropzone mag niet dichter bij de hole liggen en mag in een ander gebied op de baan liggen.

Optie 3: zijwaarts ontwijken

Als laatste optie kan de speler ervoor kiezen om zijwaarts te ontwijken. Het referentiepunt is in dit geval de plek van de originele golfbal, de grootte van de dropzone is twee clublengtes vanaf het referentiepunt, de dropzone mag niet dichter bij de hole liggen en mag in een ander gebied op de baan liggen.

U kunt als speler alleen zelf een golfbal als onspeelbaar verklaren als deze in een bunker ligt. De opties die u heeft bij het onspeelbaar verklaren van een golfbal met één strafslag in een bunker zijn hetzelfde als in het algemene gebied en de green. U heeft daarbij een extra mogelijkheid om buiten de bunker te droppen met twee strafslagen. De onderstaande afbeelding laat u alle mogelijkheden zien.

Een golfbal onspeelbaar verklaren in een bunker

Optie 4: back-on-the-line buiten de bunker

Een speler kan ervoor kiezen om de originele of een andere golfbal te droppen in een dropzone die op een lijn naar achteren ligt en vanaf de hole door de plek waar de bal onspeelbaar werd verklaard loopt. De speler heeft de vrijheid om zo ver naar achteren te gaan zoals hij of zij wilt, de grootte van de dropzone is één clublengte vanaf het referentiepunt, de dropzone mag niet dichter bij de hole liggen en mag buiten de bunker liggen.

Het droppen volgens de nieuwe regels

Advertentie