Top

Advertentie

0
0,00 EUR

Samenvatting van de belangrijkste golfregels

Deze samenvatting van de belangrijkste golfregels is een vrije weergave van de ‘Quick Guide to the Rules of Golf’ en omvat niet alle regels en uitzonderingen op regels. U kunt de online startersgids gebruiken voor een meer uitgebreide referentie.

Algemene tips

Etiquette

Een groot deel van het golfspel bestaat uit de juiste 'spirit of game' die bestaan uit de etiquette ofwel gedragsregels. De etiquette zijn geen spelregels en er zit geen straf op de overtreding ervan. Desondanks zijn ze enorm belangrijk, omdat golf geen scheidsrechter kent en uitgaat van de integriteit van de golfer. Speciale aandacht moet gegeven worden aan de volgende etiquette:

  1. houd rekening met andere spelers,
  2. zorg voor een vlot speeltempo en laat snellere golfers achter u voor zodra er ruimte,
  3. zorg voor de golfbaan door de bunkers aan te harken, divots terug te leggen en pitchmarks op de green te repareren.

Voordat u een ronde golf start

Het is raadzaam om voordat u een ronde met golf start:

  1. de locale regels van de golfbaan in te zien,
  2. uw golfbal te merken zodat u deze makkelijker herkent wanneer iemand met hetzelfde merk golfbal speelt (regel 12-2 en 27-1),
  3. het aantal golfclubs in uw golftas te tellen, omdat u niet meer dan 14 golfclubs mag meenemen (regel 4-4).

Tijdens een ronde golf

Tijdens een ronde golf:

  1. is het niet toegestaan advies te krijgen of te geven van/aan andere behalve uw partner of caddie; informatie over golfregels, afstanden op de golfbaan en de positie van bunkers, vlaggen, etc is wel toegestaan (regel 8-1),
  2. is het niet toegestaan oefenballen te slaan tijdens een hole (7-2),
  3. is het niet toegestaan om bijzondere apparatuur te gebruiken tenzij specifiek toegestaan volgens een locale regel (regel 14-3).

Aan het einde van de ronde

Aan het einde van de ronde golf:

  1. bij strokeplay; zorg dat de scorekaart volledig is ingevuld (inclusief handtekening van u en uw marker) en lever de scorekaart zo snel mogelijk in bij de wedstrijdcommissie (regel 6-6),
  2. bij matchplay; zorg dat de uitslag wordt doorgegeven.

De belangrijkste golfregels

Afslag vanaf tee (regel 11)

Speel uw afslag tussen en niet voor de teemerken. U mag de bal tot 2 stoklengtes achter de teemerken plaatsen. Als u buiten dit gebied afslaat:

  1. strokeplay: u krijgt 2 strafslagen en u moet de fout herstellen door alsnog vanaf de juiste positie af te slaan,
  2. matchplay: geen straf, maar uw tegenstander mag eisen dat u de afslag opnieuw doet, mits dit direct wordt gevraagd.

Bal spelen (regels 12, 13, 14 en 15)

Als u denkt dat een golfbal van u is, maar u kunt dit niet meteen correct identificeren, dan mag de positie van de golfbal markeren en de golfbal oppakken om deze te identificeren. Voordat u dit doet, vertelt u aan uw marker of tegenstander dat u de golfbal wilt identificeren. Vergeet dit niet te zeggen, omdat u anders de golfregels overtreedt.

Speel de golfbal zoals deze ligt U mag uw ligging, het gebied van uw voorgenomen stand of swing, of uw speellijn niet verbeteren door:

  1. iets wat vastzit of groeit te verplaatsen, te verbuigen of te breken anders dan door uw stand correct in te nemen of om een swing te maken, of
  2. iets neer te drukken (regel 13-2).

Als uw bal in een bunker ligt of in een waterhindernis mag u niet:

  1. de grond aanraken (of het water in een waterhindernis) met uw hand of een stok vóór uw downswing of,
  2. losse natuurlijke voorwerpen verplaatsen (regel 13-4).

Als u de verkeerde golfbal speelt

  1. strokeplay: u krijgt twee strafslagen en u moet de fout herstellen door de juiste bal te spelen (regel 15-3),
  2. matchplay: u verliest de hole,

Op de green (regels 16 en 17)

Op de green mag u:

  1. uw bal merken, opnemen en schoonmaken (plaats hem altijd op precies dezelfde plek terug),
  2. pitchmarks en oude hole-pluggen repareren, maar geen andere schade zoals spikemarks (regel 16-1).

Wanneer u een slag doet op de green moet u ervoor zorgen dat de vlaggenstok is weggenomen of wordt bewaakt. De vlaggenstok mag ook worden weggenomen of bewaakt als de bal buiten de green ligt (regel 17).

Stilliggende bal bewogen (regel 18)

In de volgende situaties moet u een strafslag optellen en de golfbal op de oorspronkelijke plaats terugleggen (zie de uitzonderingen onder regels 18-2a en 18-2b):

  1. u beweegt uw bal, of
  2. u raakt de bal opzettelijk aan (behalve met een stok bij het adresseren van de bal ), of
  3. u neemt de bal op wanneer dit niet mag, of
  4. de uitrusting van de speler of van zijn partner veroorzaakt beweging van uw bal.

Als iemand anders dan uzelf, uw partner of uw caddies een stilliggende golfbal beweegt, of de golfbal is bewogen door een andere golfbal, dan moet u de golfbal zonder straf terug plaatsen.

Indien de bal van de speler op de green ligt, volgt er geen straf als de bal of de balmerker per ongeluk door de speler, zijn partner, zijn tegenstander, of een van beide caddies of uitrusting wordt bewogen. De bewogen bal of balmerker moet worden teruggeplaatst zoals voorzien in de Regels 18-2, 18-3 en 20-1. Deze plaatselijke regel is alleen van toepassing als de bal van de speler of zijn balmerker op de green ligt en de beweging per ongeluk veroorzaakt wordt.

Als een stilliggende golfbal wordt bewogen door de wind of de golfbal beweegt uit zichzelf, speel de golfbal dan zoals deze is komen te liggen zonder straf.

Bal in beweging van richting veranderd of gestopt (regel 19)

Als u een golfbal slaat en de golfbal in beweging wordt van richting veranderd of gestopt door uzelf, uw partner, uw caddies of uw golfuitrusting, dan moet u de golfbal spelen zoals deze ligt met 1 strafslag (regel 19-2).

Als u een golfbal slaat en de golfbal in beweging wordt van richting veranderd of gestopt door een andere stilliggende golfbal, dan krijgt u geen strafslag en u speelt de golfbal zoals deze ligt. Mocht dit gebeuren tijdens strokeplay en beide golfballen lagen op de green voordat u de slag maakte, dan krijgt u 2 strafslagen (regel 19-5a).

Opnemen, droppen en plaatsen van golfballen (regel 20)

Voordat u een golfbal, die moet worden teruggeplaatst, opneemt (bijv. wanneer u een golfbal opneemt op de green om deze schoon te maken), moet de positie van de golfbal gemarkeerd worden (regel 20-1).

Wanneer de bal wordt opgenomen om gedropt of geplaatst te worden (bijv. droppen binnen twee stoklengtes onder de regel van een onspeelbare bal), is het niet verplicht om de positie te markeren al wordt dit markeren wel aangeraden.

Sta bij het droppen rechtop, houd de bal met gestrekte arm op schou- derhoogte en laat hem vallen. De meest voorkomende situaties wanneer u een bal opnieuw moet droppen, zijn als de bal:

  1. naar een ligplaats rolt waar dezelfde belemmering optreedt die zonder straf ontweken mocht worden (bijv. een vast obstakel), of
  2. meer dan 2 stoklengten van de plaats waar hij gedropt is tot stilstand komt, of
  3. dichter bij de hole tot stilstand komt dan de oorspronkelijke ligplaats, het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering of waar de bal het laatst de grens van een waterhindernis kruiste.

In totaal zijn er negen situaties waarin een golfbal opnieuw gedropt moet worden en dit is terug te vinden in regel 20-c

Als een golfbal bij de tweede keer droppen nogmaals in één van deze posities terecht komt, dan plaatst u de golfbal waar deze de golfbaan als eerste raakte bij het opnieuw droppen.

Bal helpt of hindert spel (regel 22)

Het volgende is toegestaan:

  1. U mag uw golfbal zelf of door iemand laten opnemen als u van mening bent dat de golfbal een andere speler kan helpen, of
  2. U mag elke golfbal laten opnemen als deze uw spel hindert.

Het is niet toegestaan om af te spreken een golfbal te laten liggen als deze een andere speler helpt in het spel.

Het is niet toegestaan een golfbal die is opgenomen wegens helpen of hinderen schoon te maken, tenzij dat de golfbal op de green wordt opgenomen.

Losse natuurlijke voorwerpen (regel 23)

U mag een los natuurlijk voorwerp bewegen (d.w.z. losse natuurlijke objecten als kiezels, losliggende bladeren, takjes) tenzij het losse natuurlijke voorwerp en uw golfbal in dezelfde hindernis liggen. Als u een los natuurlijk voorwerp weghaalt en uw golfbal verplaatst hierdoor (tenzij uw golfbal op de green ligt), dan moet u de golfbal terugplaatsen en krijgt u één stafslag.

Losse obstakels (regel 24-1)

Losse obstakels (d.w.z. losse kunstmatige objecten als harken, blikjes etc.) mogen overal zonder straf worden weggenomen. Als een golfbal verplaatst bij het wegnemen van een los obstakel dan moet u de golfbal zonder straf terugplaatsen.

Als een golfbal op of in een obstakel ligt, mar de bal worden opgenomen, het obstakel weggenomen worden en moet de golfbal recht boven de plaats waar de golfbal op het obstakel lag gedropt worden. Op de green moet de golfbal op deze plek geplaatst worden.

Vaste obstakels en abnormale terreinomstandigheden (regels 24-2 en 25-1)

Een vast obstakel (regel 24-2) is een kunstmatig object op de golfbaan dat niet verplaatst kan worden (zoals een schuilhut) of niet makkelijk verplaatst kan worden (zoals een stevig in de grond geslagen richtingaanwijzer). Buiten de baan markeringen zijn geen vaste obstakels.

Een abnormale terreinomstandigheid (regel 25-1) is:

  1. tijdelijk water,
  2. grond in bewerking (GUR te herkennen aan blauwe markeringen),
  3. gat, hoop of spoor gemaakt door een gravend dier, reptiel of vogel.

Behalve wanneer de golfbal in een waterhindernis ligt, mag u vaste obstakels en abnormale terreinomstandigheden zonder straf ontwijken als deze de ligging van de bal, uw stand of uw swing belemmeren. U mag de golfbal opnemen en binnen één stoklengte van het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, maar niet dichterbij de hole, droppen. Als de golfbal op de green ligt, dan mag u de golfbal op het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering plaatsen, dit kan buiten de green zijn.

Startersgids: ontwijken van vaste obstakels en abnormale terreinomstadigheden

Alleen als uw golfbal en de belemmering beide op de green zijn, mag u een belemmering ontwijken als deze op uw speellijn ligt.

Voor een golfbal in een bunker heeft u de extra mogelijkheid om de belemmering te ontwijken en de golfbal buiten en achter de bunker te droppen met één strafslag. U mag zo ver naar achteren als u zelf wilt in een rechte lijn die vanaf de hole door de oorspronkelijke plek van de golfbal gaat.

Waterhindernissen (regel 26)

Als uw golfbal in een waterhindernis (gele palen en/of lijnen) ligt, mag u:

  1. de golfbal spelen zoals deze ligt zonder strafslagen, of
  2. een bal spelen vanwaar u het laatst de golfbal gespeeld heeft met 1 strafslag, of
  3. droppen zover als u wilt achter de waterhindernis waarbij u de hole, het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis heeft gekruist en de plek waar de bal wordt gedropt op een rechte lijn moet houden met 1 strafslag

Als uw golfbal in een laterale waterhindernis (rode palen en/of lijnen) ligt, moet u hetzelfde handelen zoals bij een waterhindernis, maar u heeft met 1 strafslag de volgende twee extra mogelijkheden:

  1. het punt waar de bal het laatst de grens van de hindernis heeft gekruisd, of
  2. een punt aan de overzijde van de hindernis, even ver verwijderd van de hole als het punt waar de golfbal het laatst de grens van de hindernis heeft gekruisd.
Waterhindernis golf opties

Waterhindernis

Laterale waterhindernis golf opties

Laterale waterhindernis

Bal verloren of buiten de baan; provisionele bal (regel 27)

Bekijk de Plaatselijke Regels op de scorekaart om de grenzen van de baan vast te stellen. Deze worden in de regel bepaald door hekken, muren, witte palen of witte lijnen.

Als uw bal verloren is buiten een waterhindernis of buiten de baan ligt, moet u met een strafslag een andere bal spelen van de plek waar u het laatst gespeeld heeft, dat heet ‘slag en afstand’.

U mag 5 minuten naar een bal zoeken. Als de bal niet binnen 5 minu- ten is gevonden, is hij verloren.

Als u na uw slag denkt dat uw bal misschien verloren is buiten een waterhindernis of buiten de baan ligt, behoort u een provisionele bal te spelen. U moet kenbaar maken dat het een provisionele bal is en deze spelen voordat u naar voren gaat om de oorspronkelijke bal te zoeken.

Als uw oorspronkelijke bal op de baan wordt gevonden, moet u daarmee zonder straf doorspelen. De slag met de provisionele bal vervalt.

Als uw oorspronkelijke bal is verloren (anders dan in een waterhindernis) of buiten de baan ligt, dan moet u met de provisionele bal verder spelen met 1 strafslag.

Onspeelbare bal (regel 28)

U mag uw golfbal overal in de baan onspeelbaar verklaren behalve wanneer de golfbal in een waterhindernis is beland. In dat geval moet u de waterhindernisregel toepassen.

Als u uw bal onspeelbaar verklaart, dan kunt u met een strafslag:

  1. een bal spelen van de plek waar u het laatst gespeeld heeft, of
  2. een bal droppen zover als u wilt achter het punt waar de bal lag, waarbij u de hole, het punt waar de bal lag, en de plek waar de bal wordt gedropt op een rechte lijn moet houden, of
  3. een bal droppen binnen 2 stoklengten van de plek waar de bal ligt, niet dichter bij de hole.

Als u een bal onspeelbaar verklaart in een bunker mag u op dezelfde manier handelen als hierboven met de enige uitzondering dat wanneer u een bal in een rechte lijn naar achteren wilt droppen of binnen twee stoklengtes wilt droppen, u de golfbal niet buiten de bunker mag droppen.

Startersgids: onspeelbare bal droppen

Advertentie