Afslagplaats
De plek waar je een hole begint. Je slaat af tussen de twee teemarkers en maximaal twee clublengtes daarachter.
Golf heeft zijn eigen taal. Zoek een begrip op en ontdek in gewone taal wat ermee wordt bedoeld.
49 begrippen
De plek waar je een hole begint. Je slaat af tussen de twee teemarkers en maximaal twee clublengtes daarachter.
Een slag waarmee je probeert de bal op of dicht bij de green te spelen.
Een score van één slag minder dan par op een hole.
Een score van één slag meer dan par op een hole.
Gebied buiten de grenzen van de golfbaan. Vaak herkenbaar aan witte palen of lijnen.
Een speciaal voorbereid zandgebied op de golfbaan. Voor bunkers gelden enkele specifieke regels.
Iemand die een golfer tijdens een ronde helpt, bijvoorbeeld met clubs, advies en praktische ondersteuning.
Een korte slag rond de green waarbij de bal meestal relatief laag vliegt en daarna doorrolt.
Een meeteenheid in de golfregels, gebaseerd op de langste club die je voor de ronde bij je hebt, behalve de putter.
Een maat voor de moeilijkheid van een golfbaan voor een scratchspeler. Wordt gebruikt binnen het handicapsysteem.
Een plag gras die bij een slag uit de grond wordt geslagen. Waar mogelijk leg je die netjes terug.
De club met de langste shaft en meestal de minste loft, bedoeld voor lange slagen vanaf de afslagplaats.
Een oefenterrein waar je golfballen slaat om techniek en afstand te trainen.
De manier waarop je volgens de regels een bal opnieuw in het spel brengt door hem in een reliefgebied te laten vallen.
Een score van twee slagen minder dan par op een hole.
Het kort gemaaide gedeelte van een hole tussen de afslagplaats en de green.
De groep golfers die samen een ronde of een aantal holes speelt.
De waarschuwingsroep wanneer een geslagen bal mogelijk iemand kan raken.
Het speciaal kort gemaaide gebied rond de hole, bedoeld om op te putten.
Het bedrag dat je betaalt om een ronde te mogen spelen op een golfbaan.
Afkorting van Ground Under Repair: grond in bewerking. Dit is een abnormale baanomstandigheid waarvan je volgens de regels vaak zonder straf mag ontwijken.
Een getal dat het speelniveau van een golfer weergeeft en waarmee golfers van verschillend niveau eerlijker tegen elkaar kunnen spelen.
Een gebied op de golfbaan dat met rode of gele palen of lijnen is aangegeven. Vaak is het een vijver, sloot of ander water, maar dat hoeft niet. Vroeger werd hiervoor vaak het woord ‘hindernis’ gebruikt. In de huidige golfregels heet dit een strafgebied.
Zowel het speeltraject van afslagplaats naar green als het gat in de green waarin je de bal uiteindelijk speelt.
Een bal die door de eigen vorige slag in zijn eigen pitchmark in de grond is komen te liggen.
Een type golfclub dat voor uiteenlopende afstanden wordt gebruikt, vaak voor slagen richting de green.
De persoon die bij strokeplay verantwoordelijk is voor het noteren en bevestigen van de score van een speler.
Een spelvorm waarbij je per hole tegen een tegenstander speelt. Wie de meeste holes wint, wint de match.
Een bal die je zelf onspeelbaar verklaart. Tegen één strafslag heb je vervolgens reliefopties volgens de regels.
Het vooraf vastgestelde aantal slagen waarin een zeer goede golfer geacht wordt een hole te kunnen spelen.
Een relatief hoge slag richting de green die na de landing minder ver doorrolt dan een chip.
Een deukje in de green dat ontstaat wanneer een bal erop landt. Repareer je pitchmark om de green netjes te houden.
Het aantal handicapslagen dat je voor een bepaalde ronde en spelvorm krijgt.
Een extra bal die je volgens de regels speelt wanneer je oorspronkelijke bal mogelijk buiten de baan of buiten een strafgebied verloren is.
De club die vooral op de green wordt gebruikt om de bal over de grond naar de hole te rollen.
Een score die volgens de geldende handicapvoorwaarden kan worden gebruikt voor de berekening van je handicap.
Het gebied waarin je een bal moet droppen wanneer je volgens een golfregel relief neemt.
Het langere gras of minder kort gemaaide gebied naast de fairway.
De kaart waarop scores per hole en vaak ook baaninformatie zoals par en stroke index staan.
Een manier om verder te spelen waarbij je één strafslag krijgt en opnieuw speelt vanaf de plek waar je vorige slag werd gedaan.
Een getal dat aangeeft hoe relatief moeilijk een baan is voor golfers die geen scratchspeler zijn.
Een spelvorm waarbij je per hole punten krijgt op basis van je score en handicapslagen. Een slechte hole heeft daardoor minder invloed op het totaal.
Een extra slag die bij je score wordt opgeteld wanneer een golfregel dat voorschrijft.
Een rangschikking van de holes die wordt gebruikt om handicapslagen over de ronde te verdelen.
Een spelvorm waarbij het totaal aantal slagen over de ronde bepalend is voor de uitslag.
Het pinnetje waarop je bij de afslag een bal mag plaatsen. In dagelijks taalgebruik wordt ook de afslagplaats vaak de tee genoemd.
Een van de twee markeringen die de voorkant en zijkanten van de afslagplaats aangeven.
De stok in de hole die aangeeft waar de hole zich op de green bevindt.
Een club met veel loft voor kortere, hogere slagen en slagen rond de green.
World Handicap System: het internationale systeem waarmee golfhandicaps worden berekend en bijgehouden.
Deze woordenlijst is bedoeld als praktisch naslagwerk. We kunnen hem blijven uitbreiden met begrippen die beginnende golfers in lessen, op de baan en bij hun handicap tegenkomen.
Voor regelsituaties vind je op de pagina Golfregels een praktische uitleg van de belangrijkste situaties voor beginners.
Naar Golfregels →